
Vroeger was ik een fantoom. Ik kon onzichtbaar worden wanneer ik wilde. Als kind al. Dat was handig met verstoppertje spelen. En als mijn moeder me zocht om de tafel te dekken. Maar ook op het voetbalveld. Geen verdediger die me kon vinden als ik het spook uithing. Kon ik lekker balletje afwachten op de rand van het strafschopgebied van de tegenstander. Saai? Welnee.
Ik vermaakte me wel. Ik heb een keer de veters van de keeper aan elkaar vastgebonden. En toen ik speelde bij Deportivo heb ik de broek van de laatste man van Real Madrid eens naar beneden getrokken, in een vol Bernabeu. Lachen man. Voetbalhumor.
Maar ik gebruikte mijn gave vooral om goaltjes te scoren. Ik maakte me onzichtbaar, ging op het gras zitten en wachtte op die ene bal. Honderden heb ik er zo gemaakt. In Nederland, in Spanje, in Duitsland. Daar kregen ze pas door dat er iets niet klopte. Ik werd gebombardeerd tot Tor Phantom. Doelpuntenspook. Nog even ben ik bang geweest dat de FIFA er lucht van zou krijgen en een anti-onzichtbaarheidsregel zou invoeren, maar gelukkig zitten Blatter en zijn vriendjes altijd te slapen.
Ik had natuurlijk moeten stoppen toen ik weg moest bij Bayern. Voor altijd onzichtbaar moeten worden. Heb ik niet gedaan. In plaats van een welverdiend pensioen moest ik zo nodig nog naar Feyenoord. Spijt als haren op mijn hoofd. Sinds ik De Kuip in ben gehelikopterd, ben ik mijn gave kwijt. Wat ik ook probeer: het lukt me niet meer. Geen verdediger die nog paniekerig naar me op zoek is. Ik ben nooit meer kwijt.
Het seizoen is net begonnen of ik wou dat het al afgelopen was. Sinds wedstrijd één hang ik het nepspook uit op de bank. Ghostbuster Mario heeft me van het veld verdreven. Ik voetbal niet genoeg mee, volgens hem. Dat kan kloppen: heb ik mijn hele leven nog nooit gedaan.
Gisteravond stond ik mijn tanden te poetsen voor de spiegel. Ik deed mijn ogen dicht, probeerde zo hard als ik kon onzichtbaar te worden. Het lukte niet. Toen ik mijn ogen opende, zag ik een oude man met grijze haren en grauwe wallen. Ik schrok van mezelf. Even later stapte ik in bed. Mijn vrouw keek me bezorgd aan en zei: ‘Roy, je ziet lijkbleek. Het lijkt wel of je een spook hebt gezien.’ Ik heb niet geantwoord. Kon maar één ding denken: was het maar waar.
Bron: FLR1908.nl
Recente Reacties